Naar ondernemerschap in de zorg
De ideeën van Hans Hofhuizen over hoe ondernemerschap in de zorg te ontwikkelen
Afgelopen week mocht ik een gesprek voeren met de voorzitter van de raad van bestuur van een van de twee grote GGZ-instellingen in Limburg. Dat was een prima gesprek; mede vanwege de inbreng van collega Bart Wijnbergen die mij vergezelde. Het ging over de belangrijkste ontwikkelingen in de psychiatrie en de consequenties daarvan voor de besturing van zorginstellingen.
Na afloop van het gesprek merkte ik dat er voor mij iets vreemds gebeurd was. Ik wist niet direct wat.
’s Avonds was ik er achter. In de afgelopen twee en een half jaar ben ik er aan gewend geraakt dat in een gesprek alle aandacht naar mij uit gaat en indien aanwezig, ook aan de andere bestuurder. Nu ik geen bestuurder meer ben, moet ik de aandacht in gelijkwaardigheid delen met alle gesprekspartners. Een relatief nieuwe sensatie dus.
Een paar overwegingen. Ik vond het niveau van de gedachtewisseling gestegen. Er waren nu drie invalshoeken die werden belicht in plaats van twee. Daarmee steeg de kwaliteit van het gesprek.
Verder vond ik het een aangenaam gesprek. Niet alle aandacht ging meer naar mij uit en dat voelde veel relaxter. De druk om steeds maar verstandige dingen te moeten zeggen was verdwenen en daarmee ontstond de vrijheid om meer out of the box te praten.
Maar er zit ook een andere kant aan. Zo’n situatie waarbij alle aandacht naar de bestuurder gaat geeft deze ook de mogelijkheid om een grote stempel op gesprekken te leggen en daarmee op nog veel meer. Dat is natuurlijk ook de functie van een bestuurder maar deze ongelijkwaardigheid heeft ook het gevaar in zich dat waardevolle geluiden niet gehoord worden.