Naar ondernemerschap in de zorg
Archief van January, 2010
Afgelopen week mocht ik een gesprek voeren met de voorzitter van de raad van bestuur van een van de twee grote GGZ-instellingen in Limburg. Dat was een prima gesprek; mede vanwege de inbreng van collega Bart Wijnbergen die mij vergezelde. Het ging over de belangrijkste ontwikkelingen in de psychiatrie en de consequenties daarvan voor de besturing van zorginstellingen.
Na afloop van het gesprek merkte ik dat er voor mij iets vreemds gebeurd was. Ik wist niet direct wat.
’s Avonds was ik er achter. In de afgelopen twee en een half jaar ben ik er aan gewend geraakt dat in een gesprek alle aandacht naar mij uit gaat en indien aanwezig, ook aan de andere bestuurder. Nu ik geen bestuurder meer ben, moet ik de aandacht in gelijkwaardigheid delen met alle gesprekspartners. Een relatief nieuwe sensatie dus.
Een paar overwegingen. Ik vond het niveau van de gedachtewisseling gestegen. Er waren nu drie invalshoeken die werden belicht in plaats van twee. Daarmee steeg de kwaliteit van het gesprek.
Verder vond ik het een aangenaam gesprek. Niet alle aandacht ging meer naar mij uit en dat voelde veel relaxter. De druk om steeds maar verstandige dingen te moeten zeggen was verdwenen en daarmee ontstond de vrijheid om meer out of the box te praten.
Maar er zit ook een andere kant aan. Zo’n situatie waarbij alle aandacht naar de bestuurder gaat geeft deze ook de mogelijkheid om een grote stempel op gesprekken te leggen en daarmee op nog veel meer. Dat is natuurlijk ook de functie van een bestuurder maar deze ongelijkwaardigheid heeft ook het gevaar in zich dat waardevolle geluiden niet gehoord worden.
We hebben twee appelbomen in de tuin staan; een sterappel en een goudreinet.
Allebei hebben ze afgelopen jaar heel veel vruchten gegeven. Onlangs hebben we ze wegens tijdgebrek laten liggen. In de voorbije weken zijn ze dan toch verdwenen, opgegeten door een groot aantal merels die er de winter mee door komen. Daarbij werden ze danig in de weggezeten door een tweetal kramsvogels. Dat zijn een soort lijsters die uit Oost-Europa komen om hier te overwinteren.
Het enige wat ze deden was te proberen de merels bij de appels vandaan te houden. Een onbegonnen zaak vanwege het grote aantal merels en vruchten. Daarbij aten ze zelf bijna niets. Toen de appels na een tweetal weken op waren, hadden ze veel tijd gestoken in hun terreinafbakening maar hadden ze nauwelijks wat gegeten. Eigenlijk best wel vermakelijk.
De situatie deed me denken aan de regel dat in organisaties de top daarvan tussen de 20 en 30% van de tijd bezig is met het beschermen en zo mogelijk vergroten van het eigen territorium. Directeuren en bestuurders zijn voor een aanzienlijk deel van hun tijd bezig om elkaars stoelpoten te verkleinen en die van hen zelf te vergroten. Zonde van de tijd. Deze kan beter besteed worden aan het leiden van de organisatie (onderdelen). Bovendien levert het niet zo veel op. Per saldo wordt de kracht van en binnen de organisatie niet vergroot laat staan de kwaliteit en efficiency van werken.
Op het oog gaat het dan alleen om het behartigen van het eigenbelang van betrokkenen.
Voor een deel is dat zeker waar. Daarnaast worden hier ook de belangen van de diverse organisatieonderdelen binnen het geheel behartigd en veiliggesteld. Een directeur die niet staat voor zijn club en de belangen daarvan niet bevecht ten opzichte van de andere clubs heeft het zwaar. Hij/zij moet bij voortduring uitleggen waarom hij weer niet voor zijn mensen is opgekomen en zijn interne positie raakt in gevaar. Daarmee wordt het onderdeel van de eeuwige afweging tussen organisatiebelang en het belang van de diverse onderdelen daarvan. Je kunt het onderwerp dus niet zo maar afdoen als ongewenst en contraproductief. Er zitten veel meer kanten aan dan je zo zou denken.
Als bestuurder moet je boven de onderlinge gevechten staan maar je kunt ze niet negeren. Ze kunnen de effectiviteit van het geheel negatief beïnvloeden en ook schade toebrengen aan individuele medewerkers.
Anderzijds moet je accepteren dat er nu eenmaal een pikorde bestaat en dat die moet worden onderhouden. Als kippenboer ben je daarbij voor een deel toeschouwer.
Op 10 december 2010 heb ik afscheid genomen als bestuurder van de Carint Reggeland Groep. Dat was een mooie dag met veel, gelukkig korte speeches, praatjes met medewerkers, leden van de raad van toezicht, directeuren en andere bestuurders en vele externe relaties. De datum was lang tevoren bekend dus het was allemaal geen verrassing. Ook niet het feit dat ik vanaf dat moment geen bestuurder meer ben. Lees meer »
Het spreekt Engels, is iets te jong, draagt te korte rokjes boven te witte en te dikke benen en jaagt in trosjes van drie op onze Nederlandse jongens.
Deze moeten niet zo veel van deze hoempen hebben, maar richten zich bij tijd en wijle op een MILF of worden te grazen genomen door een cougar of een dragon.
Een weekje voor de kerst was ik in Valto Thorens, Valto voor de kenners, wezen skiën. Dat deed ik met een aantal twintigers waaronder wat van mijn kinderen. Ik heb me lang verzet tegen dit soort Salou-achtige oorden maar gezien de wens om veel en mooi te kunnen afdalen ben ik gezwicht.
En het was er prachtig; mooie pistes, goede sneeuw, ruime accommodatie enzovoort.
De Engelsen bleken veel eerder dan wij kerstvakantie te hebben en waren in grote getale aanwezig. Dus veel lawaai, gebaseerd op fikse hoeveelheden alcohol en ongeremd gedrag.
In een week tijd ben ik weer helemaal ingepraat op de onder onze jeugd gangbare terminologie, normen en gebruiken. Veel is er veranderd maar het meeste herken ik toch wel uit mijn eigen jeugd.
U staat mij toe bovenstaande termen verder niet toe te lichten. C3 is een fatsoenlijk bureau nietwaar.
Het was heerlijk. Ben nog nooit zo snel naar beneden gekomen. En maar één keer gevallen; inderdaad toen ik bijna stilstond. Ik kan het nog en ga zeker vaker.
