Naar ondernemerschap in de zorg
Archief van March, 2008
Het verhaal van de gekookte kikker is bekend. Voor degene die het niet meer op het netvlies heeft nog even een verkorte versie.
Een bekende kok had op een gegeven moment een recept met een gekookte kikker op het menu gezet. Hij had de hand op een mooi voorraadje kikkers weten te leggen. Zoals bekend zijn koks niet altijd even diervriendelijk. Zo ook deze kok. Hij bracht water aan de kook en gooide er een paar levende kikkers in. Die sprongen er net zo hard weer uit. Daarop bedacht hij een truc. Hij stopte de kikkers in een pan met koud water. Dat water bracht hij langzaam aan de kook. Dat duurde ongeveer een uur. De kikkers sprongen er niet meer uit. Bij iedere graad dat het warmer werd dachten ze dat het wel zou wennen en beter zou gaan. Uiteindelijk werden ze met stevig mosterdsausje opgediend.
Zo langzamerhand krijg ik het idee dat de zorg voor ouderen op een gekookte kikker begint te lijken. Jaar op jaar nemen de inkomsten af en moeten de zorgaanbieders meer voor minder geld leveren. En ieder jaar accepteren ze dat maar en proberen ze de kwaliteit van zorg op peil te houden. Ze denken steeds dat het wel beter zal gaan en dat de wal het schip zal keren.
Dat zal naar mijn mening niet gebeuren. In navolging van de andere Europese landen zal ook Nederland de zorg voor ouderen tot het minimum beperken. Dat betekent dat de zorg in de komende jaren met nog minder inkomsten toe zal moeten.
Om te voorkomen dat de zorg onbewust gekookt wordt, zal er een moment moeten komen dat we besluiten dat we het zo niet meer doen. Minder geld, dat moet dan maar. Daar gaat de Tweede Kamer over. Het is onterecht maar we zullen ons naar de wetgever moeten schikken.
Het betekent wel dat de zorg anders georganiseerd moet worden. Minder geld dus ook minder kwaliteit. Het is niet anders.
Ik ga er vanuit dat de overheid dit even aan onze ouderen wil uitleggen. Dat kun je niet van de zorgaanbieders verwachten….
Onze drie kinderen zijn zo’n beetje het huis uit. Daarmee wordt een woelige maar heel gezellige periode afgesloten. Ik bedoel de fase van puberteit naar volwassenheid.
Bij onze opvoeding hebben we gekozen voor een combinatie van duidelijkheid en ruimte. Grenzen stellen is van groot belang. Dat geldt ook voor ruimte die je nodig hebt om jezelf te zijn. Alledrie zijn ze heel verschillend. Dat moet dus ook tot uitdrukking kunnen komen. Dat geeft dan regelmatig stof tot een stevig gesprek. Het gedrag van de een heeft niet altijd de instemming van de ander.
Daarom hebben we op een gegeven moment het irritatie-uurtje ingesteld. Iedere zondagmorgen aan het ontbijt kon iedereen onbelemmerd vertellen wat hem of haar dwars zat in het gedrag van de ander. Dan mocht je niet onderbreken of reageren; alleen maar incasseren. Alleen als het echt niet waar was mocht je een bewering recht zetten.
Dan ging het om het laten slingeren van kleding op plaatsen waar de ander er last van had, het aantrekken van elkaars kleding, “lenen” van een ander zijn fiets; vergeten de afwas te doen; enzovoort. Mijn vrouw en ik namen gewoon deel aan het uurtje; zowel in de rol van slachtoffer als van degene die zijn irritatie duidelijk maakt.
We hadden altijd veel plezier op zo’n moment. Je hoorde dingen die je nog niet wist en stoer gedrag werd teruggebracht tot een klein hartje.
De functie was tweeledig: we konden onze irritaties kwijt en de ander kreeg haarscherp in de gaten waar zijn gedrag tekort schoot. Meestal leidde het tot verbetering.
Eigenlijk zou je ook binnen organisaties zo’n uurtje moeten houden. Het lucht op en het voorkomt dat je over anderen praat in plaats van tegen. Roddelen heeft geen zin meer. Er is altijd een moment waarop je kunt vertellen wat je dwars zit.
Gisteravond heb ik naar Rondom Tien gekeken. Het ging weer over zelfdoding. Onder andere ging het over een voorval in een verpleeghuis in Almelo. Afgezien van een aantal onjuistheden merkte ik dat ik me vooral zat te ergeren aan het gemak waarmee er van een soort klant/leverancierrelatie werd uitgegaan. Als je in een verpleeghuis wordt opgenomen, ben je overeenkomstig het uitgangspunt van een mevrouw die aan het woord kwam als verpleeghuis verplicht om op eerste aangeven van een patiënt of zijn/haar familie bijstand te verlenen bij levensbeëindiging.
Dat lijkt me zeer ongepast.
Een verpleeghuis is bedoeld om mensen te verplegen, te verzorgen en te begeleiden in veelal de laatste fase van het leven. Het is niet bedoeld om actief het leven van mensen te beëindigen.
Er zijn omstandigheden waarbij de verpleeghuisarts ondersteuning biedt bij levensbeëindiging. Dan is er sprake van ondraaglijk lijden. Er wordt dan gehandeld overeenkomstig een zorgvuldig protocol. Daarnaast is de ondersteuning van de betrokken arts geen recht. Als deze op grond van eigen afweging meent niet aan de doodswens te moeten meewerken, ligt daar geen verplichting.
Hier wordt een mijns inziens zeer ongepaste invulling gegeven aan de relatie patiënt-verpleeghuis en wordt volledig voorbij gegaan aan de eigen verantwoordelijkheid van betrokkenen.